Meteen naar de inhoud

De CHRO als architect van de future workforce?

Leestijd: 6 minuten

In de zorg, bij defensie en in andere vitale sectoren verandert de aard van werk sneller dan de organisatiestructuren eromheen. Waar personeelstekorten al jaren de norm zijn, komt daar een nieuwe laag bovenop: robots die fysieke taken overnemen en AI-agents die cognitieve taken uitvoeren, van planning tot diagnose-ondersteuning. Dat verandert niet alleen het werk zelf, maar ook de rol van de CHRO.

Een soldaat met headset werkt in een voertuig.

Van personeelsbeleid naar workforce-architectuur

Traditioneel gaat HR over werving, ontwikkeling en behoud van mensen. In de future workforce wordt de CHRO verantwoordelijk voor een breder vraagstuk: hoe verdeel je taken tussen mensen, robots en AI-agents, en hoe zorg je dat die drie elkaar versterken in plaats van in de weg zitten. Dat is niet langer een IT-vraagstuk dat toevallig personeel raakt, het is een kernvraag voor HR zelf.

In de zorg zie je dit al concreet. Verpleegkundigen krijgen ondersteuning van tilrobots en logistieke robots die medicatie en linnengoed rondbrengen, terwijl AI-agents helpen bij het plannen van roosters of het vroegtijdig signaleren van verslechtering bij patiënten op basis van vitale waarden. De verpleegkundige blijft de professional die het gesprek met de patiënt voert en de uiteindelijke beslissing neemt, maar het werk eromheen verschuift. Voor de CHRO in een ziekenhuis betekent dit dat functieprofielen, opleidingstrajecten en zelfs de manier waarop teams worden samengesteld, opnieuw doordacht moeten worden.

Bij Defensie speelt een vergelijkbare dynamiek, met hogere inzet. Onbemande systemen, van verkenningsdrones tot autonome logistieke voertuigen, nemen taken over die voorheen door militairen werden uitgevoerd. AI-agents ondersteunen bij informatieanalyse en besluitvorming onder tijdsdruk. De CHRO, of de commandant die deze rol vervult, moet nadenken over hoe menselijke expertise en autonome systemen samen een eenheid vormen die effectiever is dan de som der delen, zonder dat de mens de controle verliest over beslissingen met verstrekkende gevolgen.

Balans, geen optimalisatie

De verleiding is groot om dit vraagstuk te benaderen als een optimalisatieprobleem: welke taken kunnen goedkoper of sneller door een robot of AI-agent worden gedaan. In vitale sectoren is dat een gevaarlijke vereenvoudiging. De vraag is niet alleen wat technisch mogelijk is, maar ook wat wenselijk is vanuit veiligheid, kwaliteit van zorg of operationele betrouwbaarheid.

Een goede balans tussen mensen, robots en AI-agents begint daarom bij het opnieuw definiëren van rollen, niet bij het automatiseren van bestaande taken. In de zorg betekent dit dat een AI-agent die triage ondersteunt, nooit de eindverantwoordelijkheid overneemt van de behandelend arts. Bij defensie betekent het dat een autonoom systeem weliswaar zelfstandig kan navigeren of verkennen, maar dat de inzet van wapens onder menselijke controle blijft. De CHRO speelt hierin een cruciale rol: niet als eigenaar van de techniek, maar als bewaker van de organisatorische en menselijke randvoorwaarden waarbinnen die techniek wordt ingezet.

Veilig en betrouwbaar als startpunt, niet als toevoeging

In vitale sectoren is veiligheid geen kenmerk dat je achteraf toevoegt aan een AI-systeem, het is een randvoorwaarde vanaf de eerste ontwerpkeuze. Dat vraagt om governance die verder gaat dan een reglement: wie is verantwoordelijk als een AI-agent een verkeerd advies geeft, hoe wordt een beslissing van een autonoom systeem gecontroleerd, en hoe voorkom je dat mensen blind gaan vertrouwen op een systeem omdat het meestal gelijk heeft.

Voor de CHRO betekent dit dat opleidings- en trainingsprogramma's niet alleen gaan over het bedienen van nieuwe systemen, maar ook over het kritisch blijven ten opzichte van wat die systemen adviseren. Een verpleegkundige of officier die klakkeloos een AI-advies volgt zonder eigen beoordelingsvermogen, is in een vitale sector een groter risico dan een systeem dat af en toe een fout advies geeft. Betrouwbaarheid ontstaat dus niet alleen uit de techniek, maar ook uit de mensen die ermee werken en de organisatie die hen daarin traint en ondersteunt.

Digitale autonomie: minder afhankelijk van big tech

Naast de balans tussen mens en machine speelt in vitale sectoren een tweede vraagstuk: van wie is de technologie die je inzet, en wie heeft daar uiteindelijk controle over. Veel van de AI-modellen, cloudinfrastructuur en chips die ten grondslag liggen aan robots en AI-agents komen uit de Verenigde Staten of China. Voor sectoren als zorg en defensie, waar data en operationele continuïteit direct raken aan nationale veiligheid en patiëntveiligheid, is die afhankelijkheid een reëel risico.

Digitale autonomie betekent niet dat Europa alles zelf moet bouwen, dat is technisch en economisch niet realistisch op korte termijn. Het betekent wel dat organisaties in vitale sectoren bewuste keuzes maken over welke data waar wordt verwerkt, welke systemen kritisch genoeg zijn om Europese alternatieven te vereisen, en hoe je voorkomt dat één leverancier of één buitenlandse jurisdictie een organisatie in een houdgreep kan nemen. In de zorg zie je dit terug in de discussie over Europese cloudinfrastructuur voor patiëntgegevens en in initiatieven rond Europese taalmodellen voor medische toepassingen. Bij defensie is dit vraagstuk nog scherper: een land dat voor kritieke AI-capaciteiten in wapensystemen afhankelijk is van een niet-Europese leverancier, geeft daarmee een stuk soevereiniteit uit handen op het moment dat het er het meest toe doet.

Ook hier ligt een rol voor de CHRO, misschien onverwacht. Digitale autonomie vraagt namelijk niet alleen om andere leveranciers, maar ook om mensen die in staat zijn Europese en soevereine alternatieven te beoordelen, te implementeren en te onderhouden. Dat is een vaardighedenvraagstuk, en dus een HR-vraagstuk.

Business Tech. Human Touch.

Wat deze drie thema's, de balans tussen mens en machine, veiligheid en betrouwbaarheid, en digitale soevereiniteit, met elkaar verbindt, is dat ze allemaal draaien om dezelfde spanning: hoe benut je de kracht van technologie zonder het menselijke element te verliezen dat in vitale sectoren het verschil maakt tussen een goede en een slechte uitkomst.

Bij Anderson MacGyver noemen we dat Business Tech. Human Touch. Technologie, van robots tot AI-agents tot digitale infrastructuur, is voor ons nooit een doel op zich. Het is een middel om organisaties in vitale sectoren sterker, veiliger en wendbaarder te maken, mits het wordt ingebed in een organisatie die weet welke beslissingen wel en niet aan een machine worden overgelaten. Onze rol voor klanten in de zorg, bij defensie en in andere vitale sectoren is dan ook niet om technologie te implementeren om de technologie zelf, maar om samen met hen die balans te vinden: tussen mensen, robots en AI-agents, tussen snelheid en veiligheid, en tussen internationale technologie en Europese autonomie. Dat is het snijvlak van strategie, organisatie en technologie waar wij voor onze klanten het verschil willen maken. En ja, dan is opeens de CHRO architect van de future tech x human workforce! Leuk om hierover met ons door te praten?